U bent hier

Personeelsaantal, -beschikbaarheid en -aanwezigheid

  • Personeelsaantal &
    -beschikbaarheid
  • Personeelsaanwezigheid

Onderstaande grafiek toont de evolutie van het personeelsaantal en van de personeelsbeschikbaarheid (bruto VTE) van de Vlaamse overheid.


Bekijk het cijfermateriaal per entiteit (enkel voor managers Vlaamse overheid).

Personeelsaantal

Het personeelsaantal geeft aan hoeveel personeelsleden in dienst waren bij een entiteit van de Vlaamse overheid. De grafiek geeft de status op 30 juni en op 31 december van het aangegeven jaar. Om deze gegevens doorheen de jaren met elkaar te kunnen vergelijken, worden deze op twee vaste data in kaart gebracht. Hoewel de personeelsomvang van een entiteit doorheen het jaar licht kan schommelen, is gebleken dat de twee tijdstippen een stabiel en representatief beeld geven.

Personeelsbeschikbaarheid

De personeelsbeschikbaarheid geeft weer hoeveel VTE (voltijds equivalent) er beschikbaar zijn in een organisatie. De eenheid hier is ‘bruto VTE’: de verhouding van het aantal betaalde werkdagen ten opzichte van het aantal dagen dat een voltijds personeelslid per jaar dient te werken.

De grafiek geeft de tussentijdse status weer over juni en over het volledige jaar van het aangegeven jaar. Omwille van mogelijke seizoenseffecten wordt de evolutie van beide meetperiodes apart opgevolgd. De rapportering over juni wordt als een tussentijdse en representatieve weergave van de personeelsbeschikbaarheid over het gehele jaar beschouwd, waarin alle tewerkstellingspieken en –dalen in zijn juiste proportie worden meegeteld. Ook personeelsleden die in de loop van dit jaar in een organisatie in- of uitstromen, worden voor het nog of voor het al gepresteerde aantal te werken dagen meegeteld.

Beleidsanalyse

Het personeelsaantal in de Vlaamse overheid nam tussen 2006 en 2009 toe met 7%. Deze stijging is waar te nemen doorheen alle beleidsdomeinen. In 2010 is het personeelsaantal gedaald met 1,3% maar de personeelsomvang was in 2010 nog steeds iets groter dan in 2008. In 2011 heeft de daling zich niet verder doorgezet maar is er sprake van een stijging met 120 personeelsleden of met 0,3%. Een analyse op entiteitsniveau toont aan dat het personeelsaantal bij 5 entiteiten duidelijk gestegen is (samen + 498, waaronder onder meer de instroom van 272 federale ambtenaren op 1 januari 2011 bij de Vlaamse Belastingsdienst). Dit impliceert ook dat achter deze stijging ook een daling van de personeelsaantallen bij de overige 92 entiteiten schuil gaat maar dat deze kleiner is dan de stijging bij deze beperkte groep. Onafhankelijk van de licht verschillende berekeningswijze voor de periode 2006-2008 vertoont de evolutie van de personeelsbeschikbaarheid eenzelfde beeld als bij de personeelsaantallen (stijging van 6% tot 2009 gevolgd door een daling van 0,9% in 2010). Bij de personeelsbeschikbaarheid zet de daling zich echter voorlopig wel verder door in 2011 met -0,8%.

Een vergelijking van de juni-metingen toont een gelijkaardige stijging van 5% tussen juni 2007 en juni 2009 aan. Alleen wordt nadien niet dezelfde daling vastgesteld tussen 30 juni 2009 en 30 juni 2011. Deze status-quo kan verklaard worden doordat de instroom van 275 federale ambtenaren op 1 januari 2011 ongeveer even groot is als de daling in personeelsaantal bij de overige entiteiten. Deze instroom is voor het eerst in de statistieken zichtbaar op 30 juni 2011. Als deze instroom echter zou worden weggelaten, zou ook hier sprake zijn van een daling van 1% in de personeelsomvang tussen juni 2009 en juni 2011. Hetzelfde geldt voor de evolutie van de personeelsbeschikbaarheid over de juni-tijdstippen.

De verhouding tussen de personeelsbeschikbaarheid en het personeelsaantal is in de voorbije jaren iets gedaald (van 91% in 2006 naar 89% in 2011), vermoedelijk omdat er in 2010 meer personeelsleden zijn dan in 2006, die deeltijds werken of voltijdse/halftijdse loopbaanonderbreking nemen. Concreet impliceert dit dat het werk vermoedelijk over iets meer personeelsleden wordt verdeeld in 2010 dan in 2006. Deze verhouding ligt in de juni-maanden over het algemeen iets lager.

Met deze gegevens wordt de feitelijke evolutie van de personeelsomvang weergegeven. Dat betekent dat alle personeelsleden van alle mogelijke entiteiten in deze cijfers zijn meegeteld, zonder uitsluiting van entiteiten en specifieke personeelsgroepen. Aan de hand van deze cijfers kunnen de lopende personeels-besparingen en de bepaling in het regeerakkoord over de nulgroei niet opgevolgd worden, omdat er een aantal entiteiten en personeelsgroepen daarvan zijn uitgesloten. Die opvolging gebeurt via aparte overzichtstabellen.

Definitie van de indicatoren

Personeelsaantal

Het personeelsaantal wordt gedefinieerd als het aantal personen dat bij een entiteit in dienst is. Een persoon is in dienst bij de Vlaamse overheid als hij/zij een juridische band (tewerkstellingsrelatie) heeft met minstens één entiteit, in de vorm van een aanstellingsbesluit (statutair) of een tewerkstellingscontract, ongeacht of deze al dan niet bezoldigd wordt. Het personeelsaantal wordt uitgedrukt in ‘personeelsleden’ en wordt steeds berekend op een bepaald moment (30 juni en 31 december).

Als een personeelslid van enkele specifieke verloftypes gebruik maakt, kan een personeelslid op hetzelfde tijdstip bij twee entiteiten formeel tewerkgesteld zijn. Daardoor wordt het personeelslid twee keer geteld tijdens die verlofperiode.

Deze definitie is goedgekeurd door het CAG van juni 2010. Sindsdien zijn alle gegevens systematisch en retroactief herberekend voor de Vlaamse overheid voor deze regeerperiode (vanaf 30 juni 2009).

Personeelsbeschikbaarheid

De personeelsbeschikbaarheid wordt gedefinieerd als de verhouding van het aantal betaalde werkdagen in een periode ten opzichte van het aantal dagen dat een voltijds personeelslid in diezelfde periode dient te werken.

De personeelsbeschikbaarheid geeft met andere woorden weer hoeveel personeelsleden van een entiteit in een bepaalde periode beschikbaar waren. De personeelsbeschikbaarheid wordt uitgedrukt in bruto VTE. Het wordt steeds over een periode berekend in plaats van op één dag (zoals bv. bij het personeelsaantal).

Van alle personeelsleden wordt het totaal aantal te werken dagen bepaald en vervolgens de feestdagen en onbetaalde verlofstelsels (zoals bv. loopbaanonderbreking) afgetrokken. Bezoldigde aan- of afwezigheden worden meegeteld. Onder betaalde afwezigheden worden o.a. de betaalde verlofstelsels (bv. vakantieverlof) begrepen of afwezigheden ten gevolge van ziekte, arbeidsongeval of zwangerschap, (ook wanneer deze afwezigheden bij contractuelen betaald worden door het ziekenfonds).

Hierdoor kunnen personeelsleden die bv. deeltijds of in continufuncties werken of enkele losse dagen onbetaald verlof nemen, correcter meegeteld worden. Zo worden personeelsleden die 80% deeltijds werken, meegeteld voor 0,8 in plaats van als 1 personeelslid.

Daarentegen wordt een personeelslid dat voltijds tewerkgesteld is - maar in de feiten een heel jaar afwezig is en ondertussen verder betaald wordt door de entiteit toch als 1 bruto VTE meegeteld.

Deze definitie is goedgekeurd door het CAG van juni 2010. Sindsdien zijn alle gegevens systematisch en retroactief herberekend voor de Vlaamse overheid vanaf juni 2009.

Toepassingsgebied

Toepassingsgebied ESR

In deze rapportering wordt de Vlaamse overheid afgebakend volgens het ESR-toepassingsgebied. Deze afbakening is gebaseerd op juridische en financiële criteria, afkomstig van Eurostat. Jaarlijks past de Nationale Bank van België (NBB) deze criteria toe op de Belgische administraties en stelt een lijst van organisaties op die als deel van de Vlaamse overheid wordt beschouwd. Welke organisaties in deze lijst worden opgenomen, kan jaar na jaar licht wijzigen: soms komen er organisaties bij, soms verdwijnen er.

De lijst van de Nationale Bank kunt u hier terugvinden. Vlaams Parlement, universiteiten en hogescholen worden wel uitgesloten van de Vlaamse overheid. Heel veel entiteiten in dit toepassingsgebied zijn totnogtoe formeel niet toegewezen aan een beleidsdomein. Om echter inzichtelijk te kunnen rapporteren zijn al deze entiteiten hier inhoudelijk wel aan een ‘beleidsdomein’ toegewezen (in de betekenis van een “overkoepelend beleidsveld”). In bijlage 1 vindt u in de rijen de verdeling van de entiteiten over de 13 ‘beleidsdomeinen’.

Actualiteit cijfers en bron

Personeelsaantal

De gegevens zijn afkomstig van het personeelssysteem Vlimpers, voor de entiteiten die daarbij aangesloten zijn, of worden verzameld via halfjaarlijkse rondvragen en / of ‘automatische datastromen’. Het cijfermateriaal over personeelsaantal wordt halfjaarlijks verzameld. Zowel het totaalcijfer per entiteit als de opsplitsingen naar geslacht, leeftijdscategorie en statuut worden in kaart gebracht.

Het personeelsaantal - status 31 december - wordt al sinds de jaren ’90 in kaart gebracht; de status op ’30 juni’ wordt in kaart gebracht sinds juni 2007.

Omdat sommige entiteiten in de Vlaamse overheid in bepaalde periodes van het jaar meer of minder personeel tewerkstellen (bv. aan de hand van tijdelijke contracten), wordt omwille van deze seizoenseffecten de evolutie van het personeelsaantal op 30 juni en op 31 december apart opgevolgd.

Personeelsbeschikbaarheid

De gegevens zijn afkomstig van het personeelssysteem Vlimpers, voor de entiteiten die daarbij aangesloten zijn, of worden verzameld via halfjaarlijkse rondvragen en / of automatische datastromen. Het cijfermateriaal over personeelsbeschikbaarheid wordt halfjaarlijks verzameld. Zowel het totaalcijfer per entiteit als de opsplitsingen naar geslacht, leeftijdscategorie en statuut worden in kaart gebracht.

De berekening over het volledige jaar voor de Vlaamse overheid gebeurt sinds 2003. De tussentijdse rapportering over juni gebeurt sinds 2007.

Omdat sommige entiteiten in de Vlaamse overheid in bepaalde periodes van het jaar meer of minder personeel tewerkstellen (bv. aan de hand van tijdelijke contracten), wordt omwille van deze seizoenseffecten de evolutie van de personeelsbeschikbaarheid over juni en over het volledige jaar apart opgevolgd.

De personeelsaanwezigheid geeft weer hoeveel de personeelsleden van een entiteit werkelijk op de werkvloer aanwezig waren in het voorbije jaar. Enkel de gepresteerde tijd wordt meegeteld (gewoon werk, telewerk, dienstreizen, uitzonderlijk werk). Alle verlofstelsels/afwezigheden worden dus buiten beschouwing gelaten. De personeelsaanwezigheid wordt uitgedrukt in ‘netto VTE’.

De personeelsaanwezigheid is een nieuw kengetal dat voortbouwt op de personeelsbeschikbaarheid. Het is voor de eerste keer in kaart gebracht voor de Vlaamse overheid in 2011. De cijfers worden halfjaarlijks geactualiseerd. Gezien personeelsaanwezigheid een nieuw kengetal is, kan er nog geen evolutie worden weergegeven.

Bovenstaande grafiek geeft de personeelsaanwezigheid enkel over juni 2011 weer voor de entiteiten waarvan er cijfers over personeelsaanwezigheid beschikbaar zijn. Voor het opmaken van deze grafiek werd dus een herberekening uitgevoerd, waarbij het personeelsaantal en -beschikbaarheid werden berekend voor die entiteiten, waarvan de personeelsaanwezigheid beschikbaar is. Cijfergegevens over personeelsbeschikbaarheid (Bruto VTE) en personeelsaantal over het volledige toepassingsgebied vindt u hier.

Beleidsanalyse

In juni 2011 zijn er tijdens 77% van de beschikbare tijd prestaties geleverd. Omgerekend naar voltijdse equivalenten hadden deze entiteiten in juni 2011 dus 22.275,5 bruto VTE ter beschikking, waarvan in totaal 17.147,5 netto VTE prestaties hebben geleverd.

Deze resultaten zijn over 74 van de 94 entiteiten in de Vlaamse overheid berekend. In de meerderheid van deze entiteiten was het personeel in juni 2011 tussen 75 en 85% van de beschikbare tijd op de werkvloer aanwezig. In 13 entiteiten was dit minder dan 75%; in 15 (vooral kleinere entiteiten) bedroeg de personeelsaanwezigheid meer dan 85%.

Definitie van de indicatoren

De personeelsaanwezigheid geeft weer hoeveel de personeelsleden van een entiteit werkelijk op de werkvloer aanwezig waren (in het volledige, voorbije jaar). Dat kengetal wordt berekend in werkdagen en nadien omgezet naar ‘voltijdse equivalenten’ (nl. netto VTE). Net zoals bij de personeelsbeschikbaarheid wordt de personeelsaanwezigheid steeds over een periode berekend in plaats van op één dag (zoals bv. bij het personeelsaantal). Deze definitie is goedgekeurd door het CAG van juni 2010. In 2011 is de personeelsaanwezigheid voor de eerste maal over 2010 opgevraagd geweest.

Bij de personeelsaanwezigheid wordt vertrokken van de personeelsbeschikbaarheid en wordt daarvan bijkomend alle afwezigheden, waarvoor de entiteit betaalt, in mindering gebracht. Dat zijn in eerste instantie het vakantieverlof en andere betaalde verlofafwezigheden, maar ook alle afwezigheden ten gevolge van ziekte, arbeidsongeval en zwangerschap (ook als deze betaald worden door het ziekenfonds, zoals bij de contractuele personeelsleden). Enkel overuren, dienstreizen, telewerken en opleidingen worden meegeteld, omdat personeelsleden tijdens deze uren reële prestaties leveren.

Toepassingsgebied

Omdat dit een nieuw kengetal is, zijn de totalen berekend over 63% van alle personeelsleden van de Vlaamse overheid. Er wordt verder geïnvesteerd om deze indicator in de volgende jaren ook bij de overige entiteiten ingang te doen vinden.

Actualiteit cijfers en bron

De gegevens worden verzameld uit het personeelssysteem Vlimpers of worden opgevraagd via de halfjaarlijkse rondvragen en/of automatische datastromen. Omdat dit een nieuw kengetal is, is deze op een kleinere groep van entiteiten berekend. Er wordt verder geïnvesteerd om deze indicator in de volgende jaren ook bij de bredere Vlaamse administratie ingang te doen vinden.